Dutch
Gokken is al eeuwenoud. Nog niet “zo oud als de wereld” maar al in 2300 voor Christus, vier millennia geleden, zijn de Chinezen al bezig geweest met gokken. Daar zijn duidelijke aanwijzingen voor gevonden tijdens opgravingen. Achthonderd jaar later, in 1500 voor Christus gebruikten de Egyptenaren al dobbelstenen. Een ivoren stel is teruggevonden. Ook de Grieken, Romeinen en Indiërs hielde van een gokje.
Gokken zit dus in ons bloed, bij de een wat meer dan bij de ander. Rond het jaar 1000 werd er in Scandinavië door de Noorse en Zweedse koningen gedobbeld om een stuk land, ze kwamen er al pratend niet uit. Door de tijd heen is er niet alleen veel geld vergokt, maar eveneens auto’s, huizen, landgoederen, veestapels, slaven, dochters… je kunt het zo gek niet bedenken, of het is wel eens inzet van een weddenschap of van gokken geweest. Roald Dahl heeft er prachtig over geschreven.
In de Middeleeuwen brachten soldaten meer tijd met gokken door dan met het soldaat zijn. Een aantal landen verbood daarom het gokken in het leger, omdat hun mannen onder de wapenen nergens anders meer tijd voor hadden. Daar win je geen oorlog mee.
Wil dat zeggen dat we niet anders kunnen, dat we wel een gokje móeten wagen af en toe? Groot, klein, voor je plezier of omdat het niet anders kan… “Niets is zeker en ook dat niet”, is een gevleugelde uitspraak. Het leven zelf is één grote gok, elke keer als we in de auto of het vliegtuig stappen, nemen we een gok, en ga zo maar door. We gokken wat af, elke dag.
Maar dat wordt niet bedoeld met gokken. Met gokken zet je geld in, speel je je kaarten of rol je je dobbelstenen, noem je je paard of je windhond en dan is het een kwestie van afwachten en hopen. Dat kun je ‘live’ ter plekke doen, op het internet, bij de sigarenhandelaar (voetbaltoto en lotto en staatsloten etc), of geheel automatisch via je bankrekening.

